|
•
|
|
|
Liefde leidt tot waarheid
Vrijwel dagelijks verschijnen er over wetenschap, bewustzijn, spiritualiteit, psychologie en aanverwante zaken, boeken, artikelen op diverse websites en in tijdschriften. Interessant materiaal, soms inspirerend maar soms ook irriterend en soms zelfs lachwekkend. Irriterend vanwege een vaak eenzijdige kijk op de wereld die ook nog eens geen ruimte biedt aan een alternatief. Grofweg (er is sporadisch ook genuanceerde informatie te vinden) zijn er twee kampen te verdelen: - de wetenschappelijke kant; - de spirituele kant; De wetenschap heeft vaak kritiek op met name paranormale verschijnselen, esoterie, natuurgeneeswijzen en andere “zweverige” zaken. De spirituelen hebben vaak een negatief beeld van de wetenschap en soms aantoonbaar beperkte kennis van de wetenschap en wetenschappelijke feiten.
Waarheidsstreven Laten we voorop stellen dat er niks mis is met kritische noten, opbouwende kritiek en de “ontmaskering” van fantasten en figuren die misbruik maken van de onwetendheid en vaak kwetsbaarheid van medemensen. Dat geldt zonder uitzondering dus voor zowel materialisten als spiritisten. Waar het om draait is dat we moeten streven naar de waarheid, zonder de illusie te hebben dat wij als mens ooit de echte werkelijkheid zullen kunnen doorgronden, zowel de wetenschap niet alsook de spiritualiteit niet. We zullen vroeg of laat constateren dat onze zoektocht, de weg naar de waarheid, geen einde kent. We zullen ons dan bewust worden van onze onwetendheid. Niet dat we dan niets weten, maar wel dat we de ultieme fundamentele werkelijkheid niet zullen kennen en ook nooit zullen leren kennen middels ons intellect. Uiteindelijk zullen we tot het inzicht komen dat het allerlaatste stukje van de weg, hoe klein ook, uiteindelijk alleen nog maar rust op een aanname, een geloof dus. Dat lijkt bijna vloeken in de wetenschappelijke kerk, maar ik zal trachten te betogen waarom dat naar mijn mening zo is.
Scepsis Wetenschap benadert spiritualiteit sceptisch. Er is in de spirituele wereld inderdaad en helaas redelijk wat kaf onder het koren en daarover moet ook bericht worden. Wat dat betreft roept deze dat voor een deel ook over zichzelf af. Wat echter opvalt is de eenzijdige toonzetting van wetenschappelijke berichtgeving. Deze is vaak materialistisch en het wetenschappelijk reductionisme is tot een grondhouding verworden. Wetenschap geeft weinig tot geen blijk van een open oog en oor voor andere theorieën en benaderingswijzen dan die nu bekend zijn in de wetenschappelijk / academische denkwereld en die niet passen binnen het huidige paradigma. Vooral de spirituele hoek moet het daarom vaak ontgelden en wordt in zijn algemeenheid, vaak middels toonzetting en woordkeuze, min of meer per definitie verdacht gemaakt. Wetenschap toont hier een cruciale blinde vlek. Niet zozeer dat bepaalde spirituele zaken sceptisch benadert worden of dat ze kwakzalvers ontmaskerd. Daar is, zoals gezegd, niks mis mee. Waar het om gaat is de veralgemenisering. Wetenschap is vaak eenzijdig dogmatisch en probeert alles terug te brengen tot een materialistisch-fysieke verklaring. Dat is volgens de wetenschap de bron waaruit de wereld is opgebouwd. Het is inmiddels een axioma onder het geloof dat we wetenschap noemen. Wat dat betreft verschilt wetenschap dus niet eens zoveel van religie dat ook voor een belangrijk deel is gebouwd op dogma’s en vrijwel niet meer ter discussie staande vooraannames.
Bewustzijn Wetenschap geeft weinig blijk van het voor een ieder eenvoudig te constateren feit dat er ook zo iets bestaat als een binnenwereld in u zelf, een bewustzijn. Wetenschap ontkent niet dat er zo iets als een psyche bestaat, dat niet. Maar deze wordt door de wetenschap gereduceerd tot chemische processen of elektrische impulsen in de hersenen. Wetenschap reduceert de mens en vooral het menselijk geestelijk leven tot wat chemische processen en elektrische vonkjes in de hersenen. Deze zijn volgens de wetenschap allemaal een gevolg van de evolutie en niet meer dan een materieel bijverschijnsel. Bewustzijn en zelfbewustzijn wordt alleen gezien als de meest effectieve aanpassing van de mensensoort op de buitenwereld. Dat zou dus betekenen dat de psychische binnenwereld feitelijk niet bestaat maar een illusie is die de materie zichzelf wijsmaakt om beter te overleven. Religiositeit wordt door de wetenschap inmiddels ook als een evolutionair bijverschijnsel beschouwd. Toch vreemd dat materie zich dit soort zaken zelf gaat wijsmaken om beter te overleven. Materie creëert dus volgens de wetenschap een illusie over bijvoorbeeld een God zodat de mens moreel gaat handelen. Dit moreel handelen is een voordeel voor de sociale cohesie in een groep (tenminste als ze dezelfde God aanbidden) en dat vergroot de overlevings- en verspreidingskans van die groep. Dat is in het kort de wetenschappelijke theorie waarom de mens religieus is.
Is deze verklaring nu voldoende? Doet deze recht aan alle ervaringen op religieus en spiritueel gebied? Geeft de wetenschap nu een definitief antwoord op de aloude vraag wie of wat de mens nu in zijn wezenskenmerk echt is? Het lijkt er op dat de wetenschap de vraag niet zozeer beantwoord. Wetenschap duwt de vraag wel steeds dieper de materie in. De vraag verplaatst zich naar een dieper materieel niveau. Het verplaatst zich van het lichaam, naar organen, naar cellen, naar moleculen, naar atomen, naar electronen, naar……enzovoort. Maar het beantwoord de vraag niet. Sterker nog, wetenschap KAN deze vraag niet eens beantwoorden omdat wetenschap werkzaam is en alleen kan zijn in het fysiek-materiële domein. Later meer daarover.
Het bewijs voor de realiteit van de binnenwereld en de realiteit van bewustzijn is uitermate eenvoudig te vinden. Sluit uw ogen en denk aan iets wat u prettig vind. Kies wat u zelf wilt. Waar verschijnen uw gedachtes, vanwaar komen deze? Aan wie of wat verschijnen ze? En wie of wat initieert deze gedachtes? Een eenvoudige oefening die iedereen, ook u, kunt uitvoeren. Stel u denkt bewust aan uw favoriete gerecht, bijvoorbeeld boerenkool (het mag ook een pizza zijn, dat maakt voor dit experiment niet uit). U heeft met uw vrije wil dus bewust gekozen voor de gedachte aan boerenkool. Als de wetenschappelijke verklaring compleet is dan is de gedachte “boerenkool” niet meer dan elektrische impuls in de hersenen. Maar die elektrische impuls representeert voor u als persoon boerenkool of pizza. Een elektrische impuls in een koperen draad zien we echter nooit als een representant van een bepaalde gedachte omdat er naar onze mening geen bewuste waarnemer is die dat zou kunnen waarnemen. Een elektronenstroom kan wel informatie bevatten, maar deze moet altijd door een bewustzijn waargenomen en geïnterpreteerd worden voordat deze informatie betekenis heeft. Blijkbaar bevat een elektronenstroom in de hersenen dus bepaalde informatie. De informatie “boerenkool” in de elektronenstroom is alleen te ervaren middels bewustzijn. Bewustzijn is de lezer, de waarnemer van deze informatie. Het is dit kwalitatieve aspect van de fysieke wereld (de diepte van de wereld) die dus niet is te meten middels een wetenschappelijke meetmethode, bijvoorbeeld een hersenscan. Wetenschap kan de sterkte van de elektronenstroom meten, de eventuele variaties daarin of de modulatie. Maar het waarnemen van die informatie kan alleen door bewustzijn geschieden. Dus hoe diep we ook de materie induiken, de vraag is niet te beantwoorden middels de wetenschappelijke benadering. We verplaatsen de vraag alleen maar.
In dit voorbeeld is er een bewuste keuze gemaakt voor de boerenkool want waarschijnlijk vind u een sorbet ook heel lekker. Er gaat dus iets vooraf aan die elektrische impuls in de hersenen, namelijk een keuze. Een keuze vanuit iets, dat verder geen materiele of fysieke basis meer heeft. Uiteraard berust die keuze op een herinnering, maar ook die is eveneens kwalitatief van aard en dus niet letterlijk meetbaar, uitsluitend ervaarbaar. Ook die herinnering moet worden waargenomen door bewustzijn. En vanuit dat bewustzijn wordt een keuze gemaakt. Er is dus iets, voorafgaand aan die keuze voor die specifieke herinnering, dat uiteindelijk niet meer te herleiden is tot een materieel of fysiek verschijnsel. Er is een onstoffelijke basis die niet gekend kan worden, niet kwantitatief gemeten kan worden door de wetenschap. Maar die basis is wel te ervaren en daarmee is ze vanuit het oogpunt van het bewustzijn even reëel en valide als datgene wat we ervaren buiten het lichaam of wat we kunnen meten in de hersenen.
Dit heel simpele, alledaagse voorbeeld toont aan dat de binnenwereld niet iets is dat een bijverschijnsel is van een materieel-fysisch proces. Het is een onstoffelijke, onmeetbare en onkenbare (in de zin van intellectuele kennis) basis die er aan ten grondslag ligt. Die binnenwereld is dus geen bijverschijnsel van materie. Dit bewustzijn veroorzaakt deze verschijnselen in de materiële wereld. Maar daarmee is ze nog niet, in zijn algemeenheid, er toe te reduceren. Dat is naar mijn mening dan ook de belangrijkste tekortkoming van de puur wetenschappelijke benadering.
Eenzijdigheid Het probleem is niet dat wetenschap sceptisch staat tegenover spiritualiteit. Het punt is dat ze blijk geeft van een eenzijdige benadering van de werkelijkheid, het vrijwel principieel reduceren van spirituele zaken tot materieel fysieke verschijnselen, zonder daarbij nuanceringen aan te brengen. Deze eenzijdigheid doet, zoals ik hiervoor heb betoogd, slechts beperkt recht aan de waarheid en feitelijk is de wetenschap daarmee even “onwetend” als diegenen die ze (soms succesvol en terecht) tracht te ontmaskeren als charlatans.
Want ook bepaalde spirituele stromingen hebben last van eenzijdigheid in hun perceptie. Deze zich vaak “spiritueel” noemende figuren hebben ook een eenzijdige kijk op de wereld en beschouwen haar uitsluitend vanuit een spiritueel gezichtspunt, negeren soms domweg wetenschappelijke natuurwetten (zoals de zwaartekracht die volgens sommigen middels levitatie kan worden opgeheven) en hebben een soms romantische, bijna kinderlijk naïeve kijk op de wereld. Bijvoorbeeld de verheerlijking van het magische verleden toen ook niet alles koek en ei was. Of ze hanteren “kosmische wetten” die niet meer zijn dan een psychologisch trucje, zoals de zogenaamde “wet van de aantrekking”. U ziet, ook ik ben sceptisch, ook ik kijk naar wat als een universele waarheid is te beschouwen.
Kort gesteld is datgene wat ik constateer een eenzijdigheid aan twee kanten van de tafel in de discussie. Wat er gebeurt is dat er een strijd losbarst met als inzet de waarheid. Scepsis tegen zwevers en vice versa. Een eenzijdige benadering van de werkelijkheid kan nooit leiden tot een pad naar de waarheid die recht doet aan de wereld zoals die is en zoals die ervaren wordt. Want ook de ervaring van die wereld, maakt onderdeel van diezelfde wereld uit. Mijn en uw ervaring staat niet los van de wereld. Ze kan er niet eens los van staan, want wat zou er anders te ervaren zijn? Maar dat is iets anders dan te stellen dat die ervaring berust op een materieel bijverschijnsel of een soort van toevalligheid.
Domeinen Wetenschap heeft als werkgebied de natuur, de wereld en de krachten die haar beheersen. Ze benadert deze vanuit de materie en de werkzame krachten. Door deze steeds verder en diepgaander te onderzoeken hoopt de wetenschap ooit de “steen der wijzen” te vinden. Een model dat alles verklaart. Een theorie van alles. Dat zal echter nooit lukken zolang wetenschap bepaalde verschijnselen die door mensen ervaren worden niet accepteert maar deze tracht te reduceren tot een materieel- fysiek (bij)verschijnsel. Wetenschap is prima, het moet zich alleen bewust zijn van het feit dat het slechts werkzaam is, en ook alleen maar KAN zijn, op een deelgebied, namelijk het materieel-fysieke domein. Het KAN zich niet bezighouden met andere domeinen omdat daar domweg haar “tools” niet geschikt voor zijn en dat ook nooit kunnen worden. Haar methodologie heeft materie als uitgangspunt en dus worden alle metingen en meetmiddelen ingericht vanuit die basis. De uitkomsten van de wetenschappelijke metingen hebben dan ook geen betekenis in het spirituele domein. Sterker nog, de wetenschap KAN geen zinvolle uitspraken doen over het spirituele domein. Dat wil niet zeggen dat dat spirituele domein dan simpelweg niet bestaat!! De wetenschap tracht met een duimstok de kleur groen te meten. U zult met mij moeten constateren dat dat niet tot een zinnige uitkomst KAN leiden. En andersom geldt evenzo. Spirituele kennis kan alleen maar iets zeggen over dat domein. Het heeft weinig betekenis in de fysiek-materiële wereld als zodanig, om dezelfde reden; haar gereedschap is er evenmin geschikt voor. De uitkomsten van eenzijdig spirituele inzichten hebben geen betekenis in het onbewuste materieel – fysieke domein. Toch probeert ook de spiritualiteit een bewijs van haar gelijk te vinden in de wetenschap. Met name quantumfysica is een populair deelgebied van de wetenschap die regelmatig buitencontextueel en soms aantoonbaar onjuist door de spiritualiteit wordt aangehaald. Jammer want daarmee maakt ze zich soms zelfs ronduit belachelijk. Maar ook hier geldt dat de spiritualiteit iets tracht te bewijzen buiten haar eigen domein. Daarvoor is haar methode echter niet geschikt.
De mens Maar in de mens komen deze twee domeinen samen. De mens is zowel een rationeel, wetenschappelijk wezen als een bewust spiritueel wezen. In de mens kan de omvatting en overstijging van deze eenzijdige blik plaatsvinden van beide domeinen. Een overstijging die tot een integrale visie kan leiden op de werkelijkheid. In de mens en vanuit de mens alleen kan een zoektocht, geen strijd, plaatsvinden naar wat wij noemen de waarheid.
Ik ben van mening dat wij de waarheid en de werkelijkheid het dichtst benaderen wanneer er sprake is van een open dialoog, zonder vooroordeel waarbij zowel de fysiek-materiële werkelijkheid (laten we zeggen de buitenwereld) en de psychisch-spirituele ervaringswereld (de binnenwereld) worden betrokken en overstegen. Dat betekent dat een ieder in deze dialoog zich er van bewust dient te zijn dat hij of zij vaak maar één bepaalde zienswijze vertegenwoordigd of daarin werkzaam is. Dat is geen probleem, zolang men open staat voor andere zienswijzes teneinde samen te komen tot een zo dicht mogelijke benadering van de werkelijkheid, met het meest eenvoudige model (Ockhams raisor maar dan integraal). Het geeft dan echter geen pas om deze andere zienswijze vrijwel zonder uitzondering niet serieus te nemen en eigenlijk haar (vanuit een integrale benadering bezien) soms zeer valide argumenten niet serieus te aanschouwen en op de juiste waarde te schatten.
Van Lommel Een voorbeeld is het boek van de cardioloog Pim van Lommel, Eindeloos bewustzijn, over bijna-doodervaringen (BDE). Ik heb dit boek gelezen en was met name geraakt door de werkelijkheidservaring die van Lommel beschreef, zoals die door de betreffende personen bij een BDE werden ervaren. Geconfronteerd met de uit de wetenschappelijk-sceptische hoek komende uitspraken “illusie door een zuurstofgebrek, hallucinatie, droomtoestanden” geven veel van deze personen aan dat een BDE daarmee niet te vergelijken is en veel reëler en zelfs echter, voller en rijker dan de normale werkelijkheid werd ervaren. Velen kenden de genoemde hallucinatie- en droomtoestanden maar blijven erbij dat een BDE onvergelijkbaar is. Een BDE is ook een toestand die vergelijkbaar is met een diepe trance, na een meditatie of een bepaalde oefening. BDE-achtige en daarmee vergelijkbare ervaringen worden vanuit diverse filosofische en spirituele (met name oosterse en mystieke) stromingen al sinds eeuwen gemeld. Dat is dus geen wetenschappelijk bewijs voor die ervaring maar wel een indicatie dat we dit soort ervaringen op zichzelf op waarde moeten schatten en een werkelijkheidsniveau moeten toekennen. Een werkelijkheidsniveau in een domein waar de wetenschap niks over KAN zeggen omdat ze daarvoor geen meetinstrumenten heeft. Ik ben het dan ook niet eens met de suggestie van van Lommel dat we een verklaring zouden kunnen zoeken (hij geeft aan dat het slechts een suggestie is en stelt zeker niet stellig dat het de waarheid is) in de richting van quantumfysica, de nonlokaliteit en dat soort zaken. Hierbij maakt van Lommel mijns inziens namelijk de fout dat hij, net als vele wetenschappers, tracht het bewustzijn wederom te koppelen, te reduceren tot zo u wilt, aan het materieel-fysieke domein van de wetenschap. Dat is jammer en zal waarschijnlijk ook niet tot een bevredigende verklaring leiden. Ik heb wel diep respect voor van Lommel vanwege zijn lef om dit onderzoek te doen, te publiceren en zijn nogal “buitenwetenschappelijke” beweringen te verdedigen in een ronduit spiritueel vijandige omgeving.
Openheid Wetenschap heeft hierbij weinig tot geen blijk gegeven van een bepaalde openheid in deze discussie. Die houding van “openheid” heeft te maken met een bepaald niveau van bewustzijn. Het inzicht dat ook andere manieren van kijken naar de werkelijkheid een bijdrage kunnen leveren aan waarheidsvinding en de zoektocht naar de ultieme waarheid. Het is een kwaliteit van het hart die ontwikkeld moet zijn/worden om deze houding te kunnen aannemen. Want het is namelijk de overstijging van de eigen denkbeelden, het ter discussie stellen van je eigen waarheden en daarmee je kwetsbaar durven en willen opstellen in een discussie die niet tot doel heeft jouw persoonlijke waarheid of ego te dienen, maar een discussie en dialoog die op zoek is naar de hoogste waarheid, kost wat kost. Die houding van openheid is dus een houding van dienstbaarheid aan het geheel. Een houding van empathie, van liefde als je dat zo wilt noemen.
En dan klopt toch die oude bijbelse waarheid dat alleen de liefde ons tot de waarheid zal brengen. |
|
modified: 15-03-2009 |